Het vrijleggen van ingesloten tanden 


Soms kan of wil een tand niet doorbreken. Dit kan verschillende oorzaken hebben : door ruimtegebrek, verkeerde ligging, een cyste, val op het melkgebit,... Om de tand te laten doorbreken is het dan noodzakelijk om de tand op te zoeken en 'vrij te leggen'. Zo verschijnt de tand in de mond. Met de beugel wordt de tand dan op de juiste plaats gebracht.

Verwijderen van verstandskiezen


Het is belangrijk om bij jongeren de verstandskiezen onder controle te houden na behandeling. 

Kaakchirurgie


Soms is een combinatie van orthodontie en kaakchirurgie nodig om  een goed resultaat te bekomen. Een operatie door een kaakchirurg is nodig als er zulke grote verschillen zijn tussen de stand, de vorm of de afmeting van boven- en onderkaak, dat behandeling door de orthodontist alleen niet voldoende is. Ook de vorm van het gezicht kan tot het besluit leiden de voorkeur te geven aan een operatie.
De eigenlijke behandeling begint niet voordat u volledig bent ingelicht over wat er gaat gebeuren, en u het daar volledig mee eens bent. Eerst wordt het behandelingsplan met u doorgenomen. Dan verwijzen we u door naar een kaakchirurg om het chirurgisch gedeelte van de behandeling met u te bespreken.    Meestal is het noodzakelijk om vóór de operatie de tanden orthodontisch te behandelen. Dit kan betekenen dat voor een periode van enkele maanden tot ruim een jaar orthodontische apparatuur wordt gebruikt om de tanden in de juiste stand te krijgen voor de operatie. Hierna wordt het definitieve plan voor de operatie vastgesteld. Er worden dan terug röntgenfoto’s, dia’s en afdrukken van het gebit genomen. Dit wordt een ‘set-up’ genoemd. Daarna neemt de behandelend kaakchirurg alle bijzonderheden over de operatie, het verblijf in het ziekenhuis en de herstelperiode met u door.

Operatie


De operatie vindt plaats onder algehele narcose.  Tijdens de operatie worden de verplaatste delen van de kaak weer aan elkaar gezet met metalen plaatjes en schroefjes (osteosyntheseplaatjes). De kaakchirurg bespreekt met u of deze plaatjes er in een later stadium weer uit moeten.

Kaakcorrectie bij een te grote/te kleine onderkaak:


Een te grote onderkaak wordt naar achteren/voren verplaatst door een verticale botsnede te maken in de onderkaak. Dan kan de onderkaak naar achteren/voren worden geplaatst waardoor de botstukken elkaar gedeeltelijk overlappen. De ingreep gebeurt in de mond waardoor uitwendig geen litteken achterblijft. De losse kaakdelen worden met schroefjes aan elkaar gemaakt. De mond kan dan meteen na de operatie weer worden geopend.
De zenuw, die het gevoel in de onderlip en de kin verzorgd, loopt langs de botsnede wat na de operatie een tijdje een vreemd gevoel in de onderlip tot gevolg kan hebben.
In sommige gevallen bemoeilijkt een nog niet doorgebroken verstandskies het maken van een botsnede. In dat geval wordt de verstandskies geruime tijd van tevoren (langer dan zes maanden) verwijderd.

Verplaatsing van de hele bovenkaak:


Hierbij wordt een horizontale botsnede aangebracht boven de bovenkaak. Tijdens deze operatie wordt de bovenkaak in de gewenste richting verplaatst. Soms ontstaat er door de manier van verplaatsen van de bovenkaak tijdens de operatie een tekort aan bot. In dat geval wordt er een stukje bot uit de onderkaak genomen of uit de bekkenkam. De bovenkaak wordt met schroefjes voldoende stevig bevestigd, waardoor de mond na de operatie gewoon weer kan worden geopend. De aangebrachte schroefjes behoeven in de regel later niet te worden verwijderd.

Verplaatsing van gedeelten van de kaak of stukjes kin:


Behalve verplaatsing van de gehele boven- of onderkaak kan ook een groepje tanden of kiezen met het botgedeelte waar ze zich in bevinden door een operatie worden verplaatst. Vroeger gebeurde dit vaker dan tegenwoordig. Nu doet de orthodontist dit met behulp van een beugel.  
Ook kan alleen het bot van de kin worden verplaatst.

Na de operatie


Pijn

Na een kaakosteotomie valt de pijn doorgaans erg mee. U krijgt op de verpleegafdeling pijnstillende middelen.

Zwelling

Na de operatie zwelt uw gezicht meestal flink. De mate waarin dit geschiedt verschilt, en hangt af van de soort operatie en van de individuele reacties hierop. De zwelling is meestal het ergst binnen 24 uur na de operatie. Daarna worden het gezicht en soms de hals en de borst blauw en geel, zoals na een bloeduitstorting. Na een week is de zwelling vrijwel verdwenen. Het is echter mogelijk dat enkele weken tot maanden na de operatie nog restanten van de zwelling aanwezig zijn. Tijdens uw verblijf in het ziekenhuis wordt alles gedaan om het zwellen van het gezicht tot een minimum te beperken. Direct na de operatie wordt met behulp van een ijszak de zwelling tegengegaan. Het is aan te raden de eerste twee dagen na de operatie het hoofd iets omhoog te houden. Door de zwelling ziet uw gezicht er vaak anders uit dan normaal. Het is beter uw bezoekers daar van tevoren op te wijzen, zodat zij niet schrikken. Soms raadt de chirurg u aan lymfedrainnage te volgen bij een kinesist net voor en na de operatie.

Bloed

Het is normaal dat er wat bloed in de mond komt na de operatie. Gedurende enkele weken na een operatie aan de bovenkaak, kunt u af en toe ook een bloedneus verwachten.

Wafer

Na de operatie worden de kaken meestal met losse elastieken, die beweging toelaten, in de juiste stand gehouden. Meestal heeft u ook een plastic plaatje (wafer) in de mond, dat ervoor zorgt dat u uw kaken goed op elkaar kunt zetten. De kaken worden tijdens de operatie in een van tevoren bepaalde positie geplaatst. De juiste verhouding tussen de tanden van de boven- en onderkaak wordt verzekerd door dit plaatje, dat is gemaakt op een gipsafdruk van het gebit.

Doof gevoel

Vooral na operaties aan de onderkaak is het gebruikelijk dat de onderlip en kin enigszins ‘doof’ aanvoelen. Dit gevoel verbetert in de loop van enkele weken tot maanden en wordt in de meeste gevallen weer normaal. Het herstel van dat gevoel wordt meestal voorafgegaan door een periode van spontane prikkeling in de lip of kin. Het is ook mogelijk dat de lip en kin tijdelijk juist extra pijnlijk worden bij aanraking.

Eten en drinken

Het is belangrijk na de operatie voldoende te drinken. Een volwassene heeft per 24 uur ongeveer 2,5 liter vocht nodig. U kunt dit bereiken door voortdurend kleine slokjes te nemen. Ga zo spoedig mogelijk weer gewoon drinken uit een kop of een glas. Gedurende zes weken na de operatie blijft u op een zacht dieet, rijk aan calorieën en eiwitten. Probeer het suikergebruik te beperken om het ontstaan van gaatjes in de kiezen te voorkomen.

Duur van de behandeling


Opname

De duur van het verblijf in het ziekenhuis varieert van één tot drie dagen, afhankelijk van de aard van de ingreep en de snelheid van de genezing.

Herstel

De genezing van de kaken duurt zes weken. Daarna kunt u weer normaal eten, al blijven de kaken nog wat stijf. Met oefeningen kunt u de kaakbeweging weer verbeteren. Er worden dan röntgenfoto’s gemaakt om veranderingen in de positie van de kaken te signaleren. Het is beter zo actief mogelijk te zijn, zodat u zo spoedig mogelijk uw normale bezigheden kunt hervatten.

Chirurgische fase

De gehele chirurgische fase, met inbegrip van de voorbereidingen en de controle na de operatie, neemt gewoonlijk twee tot drie maanden in beslag. 6 weken na de operatie kan de orthodontist verder met zijn behandeling.

Botverankering


In de moderne orthodontie wordt steeds meer gebruik gemaakt van mini-implantaatjes of schroefjes. Dit zijn hulpmiddelen voor de orthodontist, die extra mogelijkheden bieden binnen de orthodontie. De schroefjes worden geplaatst door een stomatoloog of parodontoloog