Cariës of gaatjes


Suiker wordt omgezet in zuren door de bacteriën.

Suiker leidt inderdaad tot cariës van de tanden, maar dan onrechtstreeks. We hebben allemaal van nature bepaalde bacteriën in onze mond zitten. Die bacteriën voeden zich met suiker (en andere etensresten) en produceren daarbij zuren. Het zijn deze zuren - en strikt genomen niet de suiker - die de tanden aantasten, brozer maken en zo cariës in de hand werken.

De bacteriën zijn een onderdeel van de tandplaque, een kleverige substantie die zich op de tanden neerzet en die naast bacteriën ook etensresten en speeksel bevat. Hoe meer suiker en andere etensresten dus op de tanden zitten, hoe beter de bacteriën kunnen groeien en hoe meer zuren die produceren. En daarmee stijgt ook het risico op cariës.

De tandplaque is vooral na het eten dikker en wordt weer minder als we onze tanden hebben gepoetst. Maar om er helemaal van af te geraken, moeten we regelmatig naar de tandarts om de tandsteen of tandplaque te laten verwijderen.

Meer plaque = meer bacteriën = meer kans op cariës of gaatjes

Meer poetsen= minder plaque = minder cariës of gaatjes

Moeders dragen deze bacteriën gemakkelijk over op hun kind. In 70% van de gevallen blijken de bacteriën in de mond van een kind dezelfde te zijn als die bij zijn moeder. In een moeder-dochterrelatie gaat dat zelfs om 90%. Enkele vaste regels kunnen deze overdracht van bacteriën beperken en daarmee ook cariës op jonge leeftijd voorkomen: iedereen gebruikt zijn eigen bestek, en voor de moeders: geef uw vork niet door aan uw kind en proef de soep of het eten niet met dezelfde vork of lepel.

7 tips om cariës te voorkomen:

1.Poets regelmatig uw tanden, ideaal is na elke maaltijd, en anders twee keer per dag, waarvan één keer voor het slapengaan.
Het is wel beter om 20 min niet te poetsen nadat je zuren hebt gedronken of gegeten.

2.Eet 's avonds niet meer als u uw tanden gepoetst hebt, en drink ook geen gezoete dranken meer.

3.Als u geen kans hebt om te poetsen na het eten, kan u een deel van de suiker en de etensresten verminderen door een groot glas water te drinken.

4.Laat peuters en kleine kinderen niet naar bed gaan met een flesje gezoet water of een andere gezoete drank.

5.Snoep of eet niet tussen de maaltijden, dat is slecht voor de tanden. Als u het doet, poets dan meteen daarna uw tanden.

6.De zogeheten verzegeling of sealing voor kinderen kan vanaf het verschijnen van de eerste definitieve kiezen tot de leeftijd van 14 jaar en wordt terugbetaald door de mutualiteit. Het is een preventieve ingreep waarbij tandgroeven op de kauwvlakken van de kiezen bedekt worden. Deze groeven zijn niet te bereiken met een tandenborstel en zijn dus ideale nestelplaatsen voor bacteriën en etensresten…

7.Ga regelmatig naar de tandarts, minstens één keer per jaar.

Cariësrisico


• Hoe ziet het gebit eruit. Zijn er veel vullingen of weinig. Zijn er veel beginnende caviteiten of helemaal geen. Zodra er meer beginnende caviteiten zijn en of meer vullingen zal het cariësrisico stijgen.
• Mondhygiëne: lukt het om alle plaque weg te poetsen, of zit er nog overal plaque. Hoe meer plaque (vol met bacteriën die cariës veroorzaken), hoe groter het risico om cariës te ontwikkelen.
• Speeksel: Hoe is de speekselvloed. Speeksel helpt de tanden en kiezen te beschermen tegen het ontwikkelen van cariës. Zodra er minder speeksel aanwezig is door ziekte, medicijngebruik of door een verwijderde speekselklier zal het risico om cariës te ontwikkelen vergroten.
• Dieet, medicijngebruik, druggebruik: wordt er veel suiker gegeten en gedronken. Wordt er over de hele dag gesnoept of maar een keer per dag. Hoe meer suiker er geconsumeerd wordt en hoe meer over dag gesnoept wordt, hoe groter het cariësrisico zal worden. Ook het gebruik van medicijnen en drugs kan het cariësrisico verhogen.
• Fluoride: fluoride helpt de tanden en kiezen te beschermen tegen cariës. Hoe minder fluoride er wordt gebruikt hoe meer kans op cariës. Let dus op met homeopatische tandpasta zonder fluor.
• Karakter van de patiënt: komt de patiënt regelmatig naar de tandarts, wil de patiënt graag veel doen om het cariësrisico te beperken. Dit kan het cariësrisico aanzienlijk verminderen.

Behandeling van cariës


De behandeling van cariës begint bij de preventie: verwijderen van plaque door patiënt of door de tandarts. Ook het geven van poetsinstructie, fluorbehandeling en dieetwijziging (minder vaak snoepen) behoren tot preventie.
Bij een controle horen ook ‚bitewings’ dit zijn Rx-foto’s waarop men beginnende gaatjes kan detecteren. Ons glazuur wordt steeds sterker, waardoor de meeste gaatjes van binnenuit starten en dus niet zichtbaar zijn met het blote oog.
Wanneer er reeds cariës aanwezig is, zal er beoordeeld moeten worden of het gaatje behandeld zal moeten worden door te boren en te vullen. Dit is van meer factoren afhankelijk, zoals de opvatting van de tandarts, de grootte van de caviteit, hoe snel ontwikkelt de caviteit zich en natuurlijk de patiënt zelf (bv. poetst deze goed of niet). Zodra er besloten wordt om de caviteit niet te boren en te vullen, zal waarschijnlijk de preventieve behandeling geïntensiveerd moeten worden. Er kan natuurlijk besloten worden om de caviteit te boren en te vullen. Voor het vullen kunnen verschillende materialen gebruikt worden. De meest gebruikte vulmaterialen zijn composiet (witte vulling), amalgaam (zilveren vulling) en compomeren en glasionomeren (eveneens witte vullingen). Zodra een kies of tand gevuld is, moet er rekening mee gehouden worden dat naast of onder de vulling zich nog altijd een caviteit kan vormen. Een preventieve behandelstrategie blijft dan ook belangrijk.